ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1939
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging van bewaring wegens onduidelijkheid uitstel van vertrek in vreemdelingenzaak
De zaak betreft een Russische vreemdeling die in bewaring is gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet. Aan het gezin van de vreemdeling was eerder uitstel van vertrek verleend vanwege een lopend strafrechtelijk onderzoek naar een verkrachting, maar dit uitstel werd niet schriftelijk ingetrokken of bevestigd na beëindiging van het onderzoek.
De rechtbank stelt vast dat het uitstel van vertrek schriftelijk had moeten worden ingetrokken of bevestigd met een vertrektermijn, mede vanwege de onduidelijkheid die de brief van 21 september 1998 kon veroorzaken. De beëindiging van het strafrechtelijk onderzoek werd niet aan het gezin of hun gemachtigde meegedeeld, terwijl dit noodzakelijk was om het einde van het uitstel van vertrek rechtsgeldig te maken.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring daardoor niet gerechtvaardigd was en onrechtmatig is opgelegd. De bewaring wordt opgeheven met ingang van 17 januari 2001. Over het verzoek om schadevergoeding en proceskosten zal later worden beslist.
Uitkomst: De maatregel van bewaring ex artikel 26 Vw is onrechtmatig opgelegd en wordt opgeheven met ingang van 17 januari 2001.