ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1938
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring tweede asielaanvraag en afwijzing aanvraag
Eiser, een Tamil uit Sri Lanka, diende op 27 september 1999 een tweede aanvraag om toelating als vluchteling in nadat zijn eerdere aanvragen waren afgewezen. Verweerder verklaarde deze tweede aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 15b, eerste lid aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet, omdat eiser reeds eerder op gelijke gronden was afgewezen.
Eiser stelde dat hij nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd, waaronder twee brieven die een groter veiligheidsrisico zouden aantonen en een beroep op de Immigrants- and Emigrants Act van 1998. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde brieven wel degelijk nieuwe gronden vormden, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder in de praktijk geen onderscheid maakt tussen artikel 15b Vreemdelingenwet en artikel 4:6 Awb Pro, maar vond dit onjuist. Na vernietiging van het bestreden besluit wees de rechtbank de aanvraag alsnog af, verwijzend naar de eerdere beschikking van 26 september 1997, omdat de nieuwe feiten geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugkeer naar Sri Lanka een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Het beroep tegen de ambtshalve afwijzing van de vergunning op humanitaire gronden werd ongegrond verklaard. De uitspraak is definitief en er is een kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de tweede asielaanvraag is vernietigd, maar de aanvraag is alsnog afgewezen onder verwijzing naar de eerdere beschikking.