ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1937
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar asielaanvraag Turkse Koerd wegens onvoldoende bewijs vervolgingsgevaar
Verzoeker, een Turkse Koerd en sympathisant van de PKK, diende een asielaanvraag in Nederland in wegens vermeende vervolging en mishandeling bij terugkeer naar Turkije. Hij stelde herhaaldelijk te zijn opgepakt en mishandeld vanwege zijn betrokkenheid bij de PKK. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid en stelde dat de problemen lokaal waren en dat er geen bewijs was van een reëel vervolgingsgevaar.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te schorsen en stelde dat hij risico liep op foltering bij terugkeer, onderbouwd met een Duits rapport over mishandelingen van teruggestuurde Koerden. De rechtbank oordeelde dat het rapport weliswaar willekeur en onvoorspelbaarheid van behandeling aantoont, maar niet dat elk teruggestuurde persoon een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. Het antecedentenonderzoek bij terugkeer is kortdurend en mishandeling komt vooral voor bij concrete verdenkingen.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker tegenstrijdige en vage verklaringen had afgelegd, waardoor zijn geloofwaardigheid ernstig werd aangetast. Er was geen aannemelijk bewijs dat hij door Turkse autoriteiten werd gezocht of vervolgd. Ook het beroep op een binnenlands vluchtalternatief was niet onterecht. Gelet op deze omstandigheden was er geen reden om uitzetting te schorsen of het bezwaar gegrond te verklaren. De voorlopige voorziening werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing asielaanvraag worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolgingsgevaar en tegenstrijdigheden in het relaas.