ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. Lely - van Goch
- A.W.M. van Hoof
- J.J. Catsburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van asielaanvraag Koerdische eisers uit Irak met betwiste vestigingsmogelijkheid in Noord-Irak
Eisers, Koerden afkomstig uit Centraal-Irak, vroegen asiel aan en stelden dat zij geen veilige vestigingsmogelijkheid in Noord-Irak hebben vanwege het ontbreken van familie, taalbeheersing en bindingen. Verweerder wees de aanvragen af omdat hij het relaas niet geloofwaardig achtte en vond dat eisers zich in Noord-Irak kunnen vestigen.
De rechtbank oordeelde dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag hebben, omdat de negatieve ervaringen vooral afpersing betreffen en niet herleidbaar zijn tot een van de beschermde gronden. Ook is niet aannemelijk dat zij als opposanten worden gezien.
De rechtbank constateerde dat het beleid van verweerder om een vestigingsalternatief in Noord-Irak te veronderstellen zonder voldoende rekening te houden met het ontbreken van familie- en gemeenschapsbanden onredelijk is. Daarom is het beroep gegrond voor zover het de vestigingsmogelijkheid betreft en moeten nieuwe beschikkingen worden gegeven.
Verder veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en wees het griffierecht toe aan eisers. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor zover het vestigingsalternatief in Noord-Irak betreft en de beschikkingen worden vernietigd voor dat deel.