ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1909
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens ontoereikende longtransplantatiecapaciteit en aansprakelijkheid Staat en zorgverleners
Eisers, allen lijdend aan ernstige longaandoeningen en geplaatst op de wachtlijst voor longtransplantaties bij het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG), vorderen in kort geding dat gedaagden hen op korte termijn een longtransplantatie laten ondergaan en schadevergoeding betalen. De wachttijd bedraagt circa 2,5 jaar, terwijl de behoefte aan longtransplantaties in Nederland hoger is dan de capaciteit van het AZG.
Eisers stellen dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door slechts één centrum aan te wijzen en de capaciteit niet tijdig uit te breiden, en dat zorgverzekeraars en het AZG tekort zijn geschoten in hun verplichtingen. De Staat voert aan dat de capaciteitsinschatting in 1992 redelijk was en dat uitbreiding pas vanaf 2000 mogelijk was. De zorgverzekeraars betwisten hun aansprakelijkheid en wijzen op het beperkte aantal geschikte donorlongen. Het AZG stelt zich voldoende te hebben ingespannen.
De rechtbank oordeelt dat geen onrechtmatig handelen of toerekenbare tekortkoming van de Staat, zorgverzekeraars of het AZG is komen vast te staan. De capaciteitskeuze was een weloverwogen belangenafweging en de brief van de Minister bevatte slechts een inspanningsverplichting. Eisers worden in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door Staat, zorgverzekeraars en AZG.