ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1908
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Stemker Köster
- Rechtspraak.nl
Veroordeling uitzendbureau voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door tewerkstelling zonder vergunning
De economische politierechter van de rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 1 mei 2001 de zaak tegen een uitzendbureau dat werd verdacht van het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. De verdachte was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door haar advocaat.
De zaak betrof een uitzendkracht met een W-document die werkzaamheden verrichtte bij een inlener zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning was aangevraagd. De verdediging voerde aan dat de inlener als feitelijk werkgever moest worden beschouwd en dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de zaak tegen de inlener reeds was beëindigd. Dit verweer werd door de rechter verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het uitzendbureau als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen moest worden aangemerkt omdat het feitelijk de vreemdeling arbeid liet verrichten. De Memorie van Toelichting en jurisprudentie werden besproken, waarbij werd geconcludeerd dat de wetgever een ruime definitie van werkgever hanteert om vergunningplicht te waarborgen. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 2000 wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen.
Uitkomst: Uitzendbureau veroordeeld tot een geldboete van € 2000 wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen.