ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1766
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating en voorlopige voorziening Turkse Koerdische dienstweigeraar
Verzoeker, een Turkse staatsburger die zich tot de Koerdische bevolkingsgroep rekent, heeft zijn militaire dienstplicht in Turkije genegeerd uit gewetensbezwaren tegen inzet tegen zijn eigen volk. Hij verzocht om toelating tot Nederland als vluchteling en vroeg een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker zijn aanvraag niet tijdig en conform de vereisten heeft ingediend, waardoor deze niet-ontvankelijk is verklaard. Desondanks is getoetst of de feiten en omstandigheden vluchtelingenstatus rechtvaardigen. De criteria uit jurisprudentie, waaronder het vereiste van voldoende hechte banden met het eigen volk en het objectiveren van innerlijke gevoelens door gedrag, zijn hierbij toegepast.
Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij aan deze criteria voldoet. Zijn beperkte sympathie voor een politieke partij en het ontbreken van concrete gedragingen die zijn gewetensbezwaren ondersteunen, leiden tot de conclusie dat hij geen vluchteling is. Ook is geen sprake van een reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.