ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1750
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.J.M. Schröder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een beroep tegen het voortduren van de bewaring van een vreemdeling en een verzoek om schadevergoeding. De bewaring was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet en had acht maanden geduurd. De rechtbank oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat er zicht op uitzetting bestond omdat de aanvraag voor een laissez-passer nog in behandeling was bij de Nigeriaanse autoriteiten.
De vreemdeling had geen verzoek gedaan om de behandeling van een voorlopige voorziening te bespoedigen, wat volgens het beleid van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wel gebruikelijk is. Desondanks had de IND voldoende voortvarendheid betracht bij de aanvraag van het laissez-passer. Omdat er geen beletsel voor uitzetting bestond, was het beroep ongegrond.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af omdat de bewaring niet onrechtmatig was en de belangenafweging rechtvaardigde het voortduren ervan. Tegen deze uitspraak stond hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betrof. De uitspraak werd gedaan door rechter H.F.J.M. Schröder op 6 maart 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.