ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende concrete aanwijzingen illegaal verblijf
Eiseres, van Bulgaarse nationaliteit, werd op 13 februari 2001 in bewaring gesteld en op dezelfde dag tot uitzetting bevolen. Zij voerde aan dat de bewaring een te zwaar middel was, gezien haar medewerking, verblijfplaats, geldig paspoort en het ontbreken van strafbare feiten. Verweerder stelde dat eiseres zich aan uitzetting zou onttrekken omdat haar adres onbekend was en zij niet wilde terugkeren naar Bulgarije.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring na het beroep was opgeheven en richtte zich op de rechtmatigheid van de bewaring en eventuele schadevergoeding. Uit het proces-verbaal bleek dat eiseres tijdens een controle in een snackbar werd aangesproken en gevraagd naar haar naam en verblijfsstatus, maar onvoldoende concrete aanwijzingen voor illegaal verblijf ontbraken. De rechtbank oordeelde dat de vrijheid van toezichthouders om vragen te stellen begrensd is en dat in dit geval niet duidelijk was waarom juist eiseres werd aangesproken, noch of anderen werden gecontroleerd.
Daarom was de staandehouding en ophouding onrechtmatig en daarmee ook de bewaring. De rechtbank kende eiseres een schadevergoeding toe van 1.800 gulden voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat in de proceskosten van 1.420 gulden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor het deel over schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onrechtmatige bewaring en kent eiseres een schadevergoeding toe van 1.800 gulden.