ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1687
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek bekeerde Iraanse vrouw wegens ontbreken reëel risico vervolging
Verzoekster, een Iraanse vrouw die zich in Nederland bekeerd heeft tot het christendom, diende een asielaanvraag in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde of de bekering een nieuw feit vormde dat aanleiding gaf tot een andere beschikking. Uit onderzoek bleek dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat haar bekering bij de Iraanse autoriteiten bekend was of dat zij daardoor een reëel risico liep op vervolging.
De rechtbank nam het beleid van de staatssecretaris van Justitie in aanmerking, waarbij bekeerde moslims in Iran hun geloof kunnen belijden zolang zij zich niet bezighouden met actieve bekeringsactiviteiten. De motie-Rouvoet en het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken werden betrokken in de beoordeling. Verzoekster kon niet aantonen dat zij een risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Het bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht in het Aanmeldcentrum was afgehandeld en dat geen reden bestond voor het verlenen van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en het bezwaar van verzoekster worden afgewezen wegens ontbreken van een reëel risico op vervolging.