ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1682
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning wegens vermeend schijnhuwelijk
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, en haar zoon vroegen om een voorlopige voorziening tegen de weigering van een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar echtgenoot (referent). De weigering was gebaseerd op het vermoeden dat het huwelijk een schijnhuwelijk was, gesloten met het oogmerk verblijf in Nederland te verkrijgen.
De rechtbank overwoog dat het huwelijk rechtsgeldig was gesloten en dat uit de wet- en regelgeving niet kan worden afgeleid dat het vermoeden van een schijnhuwelijk op zich een grond voor weigering is, mits aan de voorwaarden zoals samenwoning wordt voldaan. Er was onduidelijkheid over de precieze invulling van het samenwoningsvereiste, maar verzoekster en referent woonden op hetzelfde adres ingeschreven.
De rechtbank vond dat het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen had en dat uitzetting daarom achterwege moest blijven totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster toegekend. Tegen deze uitspraak was geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.