ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1561
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vergunning tot verblijf bij echtgenoot wegens niet-nakoming informatielast
Eiseres, Peruaanse nationaliteit, vroeg op 4 september 1998 een vergunning tot verblijf aan voor verblijf bij haar partner, later echtgenoot, en haar minderjarige kind. De aanvraag werd op 15 oktober 1998 afgewezen wegens onvoldoende middelen van bestaan van de referent, die een vergunning zonder beperkingen had maar een bijstandsuitkering ontving. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij voldeed aan het beleid en dat vrijstelling van het middelenvereiste mogelijk was vanwege de zorg voor een jong kind. In beroep overlegd zij echter pas een arbeidsovereenkomst van haar echtgenoot, die voldoende inkomen zou garanderen, maar deze werd niet eerder gemeld in bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 4:2 Awb Pro de aanvrager verplicht is alle relevante gegevens tijdig te overleggen. Omdat de arbeidsovereenkomst pas in beroep werd ingebracht, kan deze niet worden meegewogen bij de beoordeling van het bestreden besluit. De rechtbank verwijst naar een vergelijkbare zaak (AWB 99/1316) en benadrukt dat het bestuursorgaan geen aanleiding had om zelfstandig onderzoek te doen naar gewijzigde omstandigheden tijdens de bezwaarprocedure.
Verder is vastgesteld dat de referent niet tot een categorie behoort die vrijstelling van het middelenvereiste kan krijgen en dat er geen klemmende humanitaire redenen zijn om verblijf toe te staan. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat het gezinsleven niet steunt op een verblijfsrechtelijke titel en er geen objectieve belemmering is om het gezinsleven buiten Nederland voort te zetten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een vergunning tot verblijf bij echtgenoot wordt ongegrond verklaard.