ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1497
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Bevel tot geheimhouding en vernietiging van gegevens over gesprekken tussen eiser en officier van justitie
Eiser, verblijvend in de Extra Beveiligde Inrichting te Vught, vordert in kort geding dat gedaagden, waaronder de Staat der Nederlanden en ministers, worden verboden om mededelingen te doen over de inhoud van vertrouwelijke gesprekken tussen eiser en de officier van justitie Teeven. Dit naar aanleiding van een overeenkomst uit 1998 waarin geheimhouding werd gegarandeerd.
De zaak ontstond nadat het hof Amsterdam in een arrest van 17 april 2001 het OM niet-ontvankelijk verklaarde in de vervolging van eiser en een deel van het arrest geheim hield. Desondanks werd het geheime gedeelte openbaar gemaakt via media, en deden ministers en de voorzitter van het college van procureurs-generaal mededelingen over de zaak.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is ten aanzien van de ministers en voorzitter als organen van de Staat, maar beveelt de Staat (gedaagde sub 1) om geen mededelingen te doen over de inhoud van de gesprekken zonder schriftelijke toestemming van eiser. Tevens moet de Staat binnen een week alle relevante documenten en gegevens bij de BVD vernietigen. De vorderingen tot verdere geheimhouding worden afgewezen wegens gebrek aan belang of ontvankelijkheid.
De rechtbank veroordeelt de Staat in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Staat wordt bevolen geen mededelingen te doen over de gesprekken en gegevens bij de BVD te vernietigen; ministers en voorzitter worden niet-ontvankelijk verklaard.