ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1404
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid na vernietiging weigering asiel
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om toelating tot Nederland als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. De Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan voorafgaand aan het bestreden besluit, met name door het ontbreken van een REK-check tot 29 maart 2000. Hierdoor moest worden aangenomen dat een voorlopige voorziening vóór die datum zou zijn toegewezen, waardoor het tijdsverloop in beroep tot die datum als relevant moet worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gegronde redenen had om vervolging in Iran te vrezen. De overgelegde documenten werden door de Minister van Buitenlandse Zaken als niet-authentiek beoordeeld en de persoonlijke situatie van eiser wees niet op een verhoogd risico. Wel oordeelde de rechtbank dat het driejarenbeleid van toepassing was, waardoor eiser recht had op een verblijfsvergunning per 16 januari 2000.
De rechtbank vernietigde de bestreden beschikking, liet de rechtsgevolgen van de niet-toelating als vluchteling in stand, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 16 maart 2001.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verleent eiser een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid met ingang van 16 januari 2000.