ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1403
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en verblijfsvergunning wegens niet-ontvankelijkheid en ontbreken vluchtelingenstatus
Eiseres, een Bosnische Roma die seropositief is, diende in 1997 een aanvraag in voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder verklaarde de asielaanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres zich niet onverwijld bij binnenkomst had gemeld. Eiseres voerde aan dat zij vanwege haar afkomst en gezondheid gevaar liep in Bosnië-Herzegowina.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de vereisten voor vluchtelingenstatus, aangezien de verkrachtingen niet onder de vluchtelingengronden vielen en zij vrijwillig terugkeerde naar Bosnië. Ook was haar ziekte niet in een zodanig ernstig stadium dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
Verder werd geoordeeld dat er geen klemmende humanitaire redenen waren om verblijf toe te staan en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro onvoldoende was onderbouwd. Het verzoek om een verblijfsvergunning voor medische behandeling werd als nieuw verblijfsdoel beschouwd en kon niet in deze procedure worden behandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van verweerder. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.