ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1236
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortgezette bewaring en uitzetting vreemdeling met Surinaamse nationaliteit
Eiser, een vreemdeling met Surinaamse nationaliteit, is op 11 november 2000 in bewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet en er is een last tot uitzetting gegeven. Na een eerder ongegrond verklaard beroep tegen de bewaring, is nu het tweede beroep aan de orde waarbij de voortgezette toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel wordt beoordeeld.
Eiser voert aan dat er geen reëel perspectief is op uitzetting omdat hij pas op 13 maart 2001 persoonlijk zal worden gepresenteerd bij de nieuwe Surinaamse consul, terwijl de bewaring al 2,5 maand duurt. Verweerder stelt dat het onderzoek naar de identiteit en nationaliteit van eiser nog loopt, dat er maandelijks gerappelleerd wordt en dat sinds januari 2001 vijf laissez-passers zijn verstrekt door de Surinaamse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat het tijdsverloop door de nieuwe werkwijze van de consul niet disproportioneel is en dat er wel degelijk een reële mogelijkheid op uitzetting bestaat. Ook is geen sprake van onvoldoende voortvarendheid van verweerder. Gelet op de ernst van het strafbare feit waarvoor eiser is veroordeeld en de belangenafweging acht de rechtbank de bewaring gerechtvaardigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen voortgezette bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.