ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0928
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring wegens onjuiste toepassing bevoegdheden zedencontroleur
Eiseres, een vrouw van Hongaarse nationaliteit zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd op 4 januari 2001 door een zedencontroleur staande gehouden in een pand dat als raambordeel bekend stond. De controleur vorderde haar identiteitsdocumenten op grond van artikel 151a van de Gemeentewet en artikel 6.9 van de Amsterdamse APV. De rechtbank oordeelt dat de controleur geen concrete aanwijzingen had dat in het pand prostituees zonder geldige verblijfstitel werkzaam waren, waardoor het vorderen van identiteitsdocumenten onrechtmatig was.
De daaropvolgende staandehouding en bewaring van eiseres op grond van de Vreemdelingenwet waren eveneens onrechtmatig. Daarnaast werd vastgesteld dat het verhoor zonder een tolk in de Hongaarse taal plaatsvond, terwijl eiseres het Engels onvoldoende beheerst, wat strijdig is met de Vreemdelingencirculaire en de beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, wijst schadevergoeding toe van ƒ 1200,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de Staat in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke uitoefening van bevoegdheden door toezichthouders en het naleven van procedurele waarborgen bij vreemdelingenbewaring.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onrechtmatige staandehouding en bewaring en kent een schadevergoeding toe.