ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0924
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfvergunning wegens ontbreken machtiging voorlopig verblijf ondanks beroep op hardheidsclausule
Verzoeker, een Angolese vreemdeling, heeft sinds 1994 in Nederland verbleven en meerdere aanvragen gedaan voor verblijfvergunningen, waaronder een aanvraag om verblijf bij zijn Nederlandse partner. Deze aanvraag is buiten behandeling gesteld omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker stelde zich op het standpunt dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste verdiende op grond van de hardheidsclausule, omdat zijn partner ernstig ziek is en hij noodzakelijk aan haar zijde moet staan.
De rechtbank overwoog dat een zeer bijzonder individueel geval voor vrijstelling alleen kan worden aangenomen bij bijzondere omstandigheden die rechtstreeks verzoeker betreffen. Verzoeker heeft geen toestemmingsverklaring van zijn partner verstrekt waarmee medische gegevens konden worden opgevraagd, waardoor de medisch adviseur geen onderzoek kon doen naar de gezondheidssituatie. De medische verklaringen die verzoeker in de bezwaarfase overlegde, konden zonder deze toestemming niet leiden tot heroverweging van het besluit.
Verder oordeelde de rechtbank dat het ontbreken van een mvv-vergunning hooguit tot een tijdelijke scheiding leidt en dat dit geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. Ook was er geen hoorplicht voor de Adviescommissie Vreemdelingenzaken omdat uitzetting niet werd opgeschort. Gelet op het voorgaande werd het bezwaar ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag verblijfvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.