ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0921
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Voortzetting bewaring vreemdeling met criminele antecedenten en niet meewerken aan identiteitsonderzoek gerechtvaardigd
Eiser, een vreemdeling van vermeende Joegoslavische nationaliteit, is op 2 juni 2000 in bewaring gesteld op grond van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet. De bewaring is inmiddels zeven maanden voortgezet. Eerder zijn diverse beroepen van eiser tegen de bewaring ongegrond verklaard.
De rechtbank beoordeelt in dit vierde beroep of de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel nog gerechtvaardigd is. Eiser werkt niet mee aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit, zoals blijkt uit zijn verklaring dat hij niet van plan is terug te keren en dat hij schadevergoeding verwacht. Daarnaast zijn er criminele antecedenten van eiser bekend.
De rechtbank stelt vast dat er nog zicht is op uitzetting, mede door het lopende onderzoek bij de autoriteiten van de Federale Republiek Joegoslavië en de soepele contacten die verweerder met deze autoriteiten onderhoudt. Gezien deze omstandigheden en de belangenafweging tussen eiser en verweerder wordt de voortzetting van de bewaring als redelijk en wettelijk gerechtvaardigd beschouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.