ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Luigjes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar bij bloedwraak in Noord-Irak
Eiser, een Irakese Koerd, verzocht om toelating als vluchteling in Nederland vanwege vrees voor bloedwraak van een rivaliserende familie die hem verdenkt van betrokkenheid bij een moord. Hij stelde dat hij geen bescherming kan krijgen van autoriteiten in Noord-Irak, met name de PUK, vanwege de invloed van de tegenpartij binnen deze partij.
De rechtbank oordeelde dat het relaas van eiser onvoldoende bewijs bevatte voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, omdat de verdenking van een gemeenrechtelijk delict geen vluchtelingenstatus rechtvaardigt. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat eiser geen bescherming kan krijgen van lokale autoriteiten, mede omdat hij geen poging had gedaan om die bescherming te zoeken.
Verder concludeerde de rechtbank dat de situatie in Noord-Irak niet zodanig is dat alle asielzoekers uit die regio automatisch als vluchteling kunnen worden aangemerkt. Eiser behoort niet tot een risicogroep en kan zich naar het oordeel van de rechtbank in Noord-Irak staande houden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt afgewezen.