ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0673
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. de Lange
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- B.C.W. Geurtsen-van Eeden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning bij Nederlandse partner wegens onvoldoende motivering en schending hoorplicht
Eiser, een Ghanese vreemdeling die sinds 1991 in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning om bij zijn Nederlandse partner te verblijven. Verweerder wees dit verzoek af op grond van beleidsregels omtrent toelating van ongehuwde partners en onvoldoende middelen van bestaan van de partner. Eiser was op het moment van het besluit nog niet gehuwd met zijn partner, maar zij trouwden later in 1999.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende een belangenafweging had gemaakt zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro, met name had verweerder niet onderzocht of het voor eiser en zijn partner mogelijk was hun gezinsleven in een ander land dan Nederland voort te zetten. Tevens hield verweerder onvoldoende rekening met de zorg die de partner in Nederland heeft voor haar twee jonge kinderen. Daarnaast werd vastgesteld dat verweerder ten onrechte nagelaten had eiser te horen op zijn bezwaar, wat een schending van de hoorplicht inhoudt.
De rechtbank stelde vast dat eiser ruimschoots de gelegenheid had gehad om de vereiste documenten te overleggen, maar dat verweerder niet had gemotiveerd waarom hij niet tot een positieve beslissing kwam op humanitaire gronden of op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het naleven van de hoorplicht in vreemdelingenzaken waarbij het gezinsleven aan de orde is.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.