ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0662
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid last tot uitzetting en rechtmatigheid bewaring vreemdeling
De vreemdeling werd op 29 december 2000 aangehouden wegens het bezit van een vals paspoort en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Op 30 december 2000 werd een last tot uitzetting gegeven, ondertekend door een inspecteur namens de korpschef. De vreemdeling stelde beroep in tegen de bewaring en voerde aan dat de last tot uitzetting onbevoegd was gegeven.
De rechtbank hield de zaak aan om de onderliggende mandaatregeling te laten overleggen. Deze regeling, gedateerd 23 december 1997 en in werking sinds 1 januari 1998, verleent de korpschef van de regiopolitie Kennemerland de bevoegdheid om ondermandaat te verlenen aan ambtenaren, waaronder de inspecteur die de last tot uitzetting had gegeven. De rechtbank concludeerde dat de inspecteur bevoegd was op grond van deze regeling.
De rechtbank verwierp het standpunt dat de staatssecretaris als mandaatgever had moeten optreden, omdat de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenvoorschrift een bevoegdheidsverdeling kennen waarbij de korpschef bevoegd is lasten tot uitzetting te geven in de relevante gevallen. Ook de ondertekening door de plaatsvervangend korpschef werd als rechtsgeldig beoordeeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het niet tijdig verstrekken van de mandaatregeling geen ernstige schending van de procesorde opleverde. De bewaring werd niet onrechtmatig geacht en het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.