ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0660
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfvergunning
De vreemdeling, met de Surinaamse nationaliteit, werd op 21 december 2000 in bewaring gesteld op grond van artikel 26, eerste lid, onder c van de Vreemdelingenwet. De rechtbank beoordeelde of deze maatregel rechtmatig was en of de belangenafweging dit rechtvaardigde.
De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat de ophouding voorafgaand aan de bewaring onrechtmatig was omdat de vreemdeling zijn verhaal niet kon doen en dat de beslissing op de aanvraag om een verblijfvergunning niet voortvarend was genomen. De rechtbank oordeelde dat de ophouding niet nodig was omdat identiteit en verblijfsstatus reeds bekend waren en dat de vreemdeling voorafgaand aan de bewaring wel degelijk is gehoord. De beslissing op de aanvraag werd binnen de wettelijke termijn genomen.
Verder stelde de gemachtigde dat het bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag kansrijk was vanwege asielgerelateerde gronden. De rechtbank verwierp dit omdat de reguliere procedure voor een verblijfvergunning niet bedoeld is voor asielmotieven; daarvoor moet een asielaanvraag worden ingediend, wat de vreemdeling niet had gedaan.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring op een juiste grondslag berustte, dat er een ernstig vermoeden bestond dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken, en dat het beroep ongegrond was. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en de buitenbehandelingstelling van de aanvraag om een vergunning tot verblijf wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.