ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0548
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring minderjarige vreemdeling in Huis van Bewaring
Een minderjarige vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit werd op 7 januari 2001 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf en het vermoeden van uitzettingsontduiking. De rechtbank beoordeelde of de bewaring in overeenstemming was met de Vreemdelingenwet en of het regime in het Huis van Bewaring passend was voor een minderjarige.
De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat de minderjarige niet gescheiden werd gehouden van meerderjarige gedetineerden tijdens arbeid en recreatie, hoewel hij een eigen kamer had. Verweerder stelde dat er een bijzonder regime voor minderjarigen gold. De rechtbank oordeelde dat het samen verrichten van bepaalde activiteiten met volwassenen niet onverenigbaar is met het minderjarigenregime en dat er geen klachten waren ingediend bij de leiding van het Huis van Bewaring.
Verder concludeerde de rechtbank dat de bewaring op een juiste grondslag berustte, gezien het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, identiteitsbewijs, en vaste woonplaats, en het ernstige vermoeden dat de vreemdeling uitzetting zou ontduiken. De voortgang van de uitzetting werd als voldoende beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de minderjarige vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.