ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0089
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoeker uit Togo
Verzoeker, afkomstig uit Togo, heeft meerdere asielaanvragen ingediend in Nederland, waarvan de eerste in 1993 werd afgewezen en de tweede in 1998 werd ingediend. Na uitzetting naar Togo in 1996, keerde verzoeker in 1997 terug naar Nederland en diende een derde aanvraag in. Ter onderbouwing van deze aanvraag overhandigde verzoeker een namenlijst met personen die gezocht worden vanwege lidmaatschap van een oppositiepartij, waaronder hijzelf. Hoewel deze lijst laat werd overgelegd, achtte de rechtbank dit nieuw bewijs dat de eerdere stellingen van verzoeker ondersteunt.
Daarnaast verklaarde verzoeker dat hij na zijn uitzetting in 1996 gevangen is genomen, ondervraagd en gemarteld. Deze verklaringen werden ondersteund door een brief van Amnesty International en de betrokkenheid van hun medische onderzoeksgroep bij de klachten van verzoeker. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden voldoende nieuw licht op de zaak werpen en dat de staatssecretaris van Justitie niet redelijkerwijs de aanvraag in de AC-procedure kon afdoen.
De rechtbank wees het verzoek toe, verbood de uitzetting binnen vier weken na bezwaarbeslissing en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten. Tevens werd de vergoeding van het griffierecht aan verzoeker gelast.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden binnen vier weken na bezwaarbeslissing.