ECLI:NL:RBSGR:2000:ZA7090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vluchtelingenstatus wegens strafbaar seksueel contact in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse Tadzjiek, verzocht om vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning na bedreiging met steniging door de Taliban wegens seksueel contact met een buurmeisje. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, met een vergunning tot verblijf als alleenstaande minderjarige asielzoeker.
Na bezwaar en een hoorzitting handhaafde de IND de afwijzing, maar hief de beperking op de verblijfsvergunning op vanwege risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Eiser stelde dat de bedreiging voortkwam uit zijn weigering zich aan religieuze leefregels te conformeren.
De rechtbank oordeelde dat het delict een commun delict is en dat de bescherming van het Vluchtelingenverdrag niet geldt tenzij sprake is van onevenredig zware of discriminerende strafvervolging. Dit was niet aannemelijk gemaakt, mede omdat eiser verklaarde niet uit politieke of principiële redenen te hebben gehandeld. Er was geen wezenlijk Nederlands belang voor verdere verblijfsverlening.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de reeds verleende vergunning bleef van kracht zonder beperkingen. Er werd geen vergoeding van kosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser op vluchtelingenstatus wordt ongegrond verklaard; verblijfsvergunning zonder beperkingen blijft van kracht.