ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1692
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Toelating Somalische vluchteling behorend tot de Reer Hamar wegens individuele vervolging
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende vreemdeling, heeft sinds november 1996 een asielverzoek lopen in Nederland. Na afwijzing van zijn vluchtelingenstatus door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, heeft hij bezwaar en beroep ingesteld. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat verweerder had moeten onderzoeken of er sprake was van stelselmatige discriminatoire bejegening waardoor het leven in Mogadishu onhoudbaar was geworden.
De Rechtseenheidskamer Vreemdelingenzaken (REK) heeft in juli 2000 geoordeeld dat er geen sprake is van groepsvervolging van de Reer Hamar, maar dat individuele leden als vluchteling moeten worden erkend indien er ook in geringe mate sprake is van persoonsgerichte vervolging vanwege etniciteit. De rechtbank stelt vast dat eiser geloofwaardig heeft gemaakt dat hij slachtoffer is van op de persoon gerichte vervolging, waaronder arrestatie, mishandeling en verlies van familieleden.
Gezien deze feiten en de jurisprudentie van de REK, concludeert de rechtbank dat eiser als vluchteling moet worden toegelaten. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, wijst de Staat aan voor vergoeding van griffierecht en proceskosten, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Eiser wordt toegelaten als vluchteling vanwege individuele vervolging gerelateerd aan zijn etnische afkomst.