ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1406
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid en onjuiste gegevens
Eisers, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, hebben sinds 1994 aanvragen ingediend voor vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning om humanitaire redenen, welke zijn afgewezen door verweerder. Na bezwaar en beroep werd vastgesteld dat eisers onjuiste gegevens hadden verstrekt, wat leidde tot een contra-indicatie op grond van het driejarenbeleid.
De rechtbank heeft onderzocht of de verklaringen van eisers over hun politieke activiteiten en vervolging aannemelijk waren. Op basis van een individueel ambtsbericht en aanvullend onderzoek concludeerde de rechtbank dat de verklaringen niet betrouwbaar waren en dat het onderzoek ter plaatse zorgvuldig was uitgevoerd.
Hoewel het beroep gegrond wordt verklaard wegens procedurele tekortkomingen, worden de rechtsgevolgen van de besluiten in stand gelaten. De rechtbank oordeelt dat de contra-indicatie van het verstrekken van onjuiste gegevens ook geldt voor de periode van drie jaar na het eerste besluit, mede omdat eisers hun onjuiste voorstelling van zaken ook in de beroepsfase hebben voortgezet.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers. De rechtbank acht het niet relevant of er aanvullend onderzoek is gedaan naar de nieuw overgelegde verklaring, omdat deze niet overtuigend is.
De uitspraak bevestigt dat het driejarenbeleid niet wordt doorbroken door het volharden in bedrog en dat onjuiste gegevens verstrekt in de procedure een blijvende contra-indicatie vormen voor het verlenen van een verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.