ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1180
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Toelating als vluchteling wegens geloofwaardige vrees voor vervolging in Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling, verzocht om toelating als vluchteling in Nederland na een handgranaataanslag op zijn woning waarbij een neef om het leven kwam. Hij verklaarde lid te zijn van het Iraakse Nationale Akkoord (INA) en vreesde vervolging door de Iraakse autoriteiten vanwege zijn politieke activiteiten.
De Staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank en voerde aan dat hij indirect had vernomen dat een ander partijlid zijn naam aan de autoriteiten had doorgegeven, hetgeen verweerder betwistte.
De rechtbank oordeelde dat het relaas van eiser geloofwaardig is, mede omdat het verslag van het nader gehoor deze verklaring bevatte en de omstandigheden overeenkomen met het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De vermeende precisie van de aanslag werd door de rechtbank verworpen als argument, omdat de situatie in Noord-Irak het niet altijd mogelijk maakt aanslagen perfect uit te voeren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Verweerder moet een nieuw besluit nemen op het bezwaarschrift. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het afwijzingsbesluit tot vluchtelingstatus wordt vernietigd.