ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0683
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en binnentreden woning bij vreemdeling
De vreemdeling, met Turkse nationaliteit, werd op 20 september 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en voerde onder meer aan dat het binnentreden van de woning onrechtmatig was omdat opsporingsambtenaren zich niet hadden gelegitimeerd en geen machtiging hadden getoond.
De rechtbank onderzocht de processen-verbaal en concludeerde dat hoewel de opsporingsambtenaren zich voorafgaand aan het binnentreden niet hadden gelegitimeerd en de machtiging niet hadden getoond, dit werd gerechtvaardigd vanwege de ernst van het strafbare feit en de noodzaak tot aanhouding. Bovendien traden zij met toestemming van de bewoonster de eigenlijke woning binnen nadat deze de voordeur had geopend.
Verder stelde de vreemdeling dat zijn paspoort al bekend was vóór de aanhouding, wat de staandehouding en inbewaringstelling onrechtmatig zou maken. De rechtbank stelde vast dat het paspoort pas na de aanhouding werd overhandigd, waardoor dit verweer faalde.
De rechtbank concludeerde dat de inbewaringstelling op een juiste grondslag berustte, gezien het ontbreken van geldige verblijfsdocumenten, het onttrekken aan toezicht en het vermoeden van uitzettingsontduiking. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling en het binnentreden van de woning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.