ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0676
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking asielaanvraag wegens overschrijding 48-uurstermijn en toekenning schadevergoeding
Verzoeker, een asielzoeker van Burundese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om vluchtelingenstatus en verblijfvergunning op humanitaire gronden, alsmede tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door verweerder. De rechtbank behandelt zowel het verzoek om voorlopige voorziening als het hoofdberoep.
De rechtbank constateert dat de beschikking van verweerder niet binnen de vereiste 48-uurstermijn van de AC-procedure is genomen, maar pas in het laatste uur van deze termijn is uitgereikt. Volgens vaste jurisprudentie leidt overschrijding van deze termijn in beginsel tot doorverwijzing naar het Openbaar Centrum voor Asielzoekers (OC). Verweerder heeft geen gegronde uitzondering kunnen aandragen en de verantwoordelijkheid voor tijdige procedureafhandeling ligt primair bij verweerder.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt de beschikking van 13 november 2000. Tevens wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat het beroep zelf voldoende bescherming biedt. De vrijheidsontnemende maatregel wordt onrechtmatig geacht vanaf 13 november 2000 en dient te worden opgeheven. Verzoeker krijgt een schadevergoeding toegekend voor de periode dat hij in het AC-Schiphol en het Grenshospitium verbleef.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en wijst vergoeding van griffierechten toe. De uitspraak is gedaan door de fungerend president van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en is openbaar uitgesproken op 23 november 2000.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking wegens overschrijding van de 48-uurstermijn, heft de vrijheidsontnemende maatregel op en kent schadevergoeding toe.