ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0653
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in Dublinprocedure wegens onvoldoende onderzoek bescherming Verenigd Koninkrijk
Verzoekers, Slowaakse staatsburgers, dienden in Nederland een asielaanvraag in nadat zij vanuit Slowakije waren gekomen. De staatssecretaris verklaarde hun aanvraag niet-ontvankelijk op grond van de Dublinovereenkomst, omdat het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk was voor de behandeling van hun asielverzoek. Verzoekers stelden dat het Verenigd Koninkrijk onvoldoende bescherming biedt, met name tegen schending van artikel 3 EVRM Pro.
De president van de rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris, ondanks kennis van een recente uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), geen adequaat onderzoek had gedaan naar de vraag of het Verenigd Koninkrijk effectieve procedurele waarborgen biedt tegen uitzetting naar Slowakije. De verstrekte informatie was ontoereikend en niet concreet onderbouwd.
Gelet op het belang van de bescherming tegen onmenselijke behandeling en de onzekerheid over de positie van verzoekers in het Verenigd Koninkrijk, wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening toe. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige toetsing in Dublinprocedures, vooral bij mogelijke schendingen van fundamentele rechten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen wegens onvoldoende onderzoek naar bescherming Verenigd Koninkrijk tegen schending artikel 3 EVRM.