ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0596
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Geen hoofdelijk aansprakelijkheid partner voor terugvordering bijstand zonder recht op bijstand
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep tegen de terugvordering van te veel betaalde bijstand over de periode 18 oktober 1993 tot en met 31 januari 1998, ter waarde van ƒ 80.331,41. Verweerster had deze terugvordering ingesteld omdat eiser en eiseres hun inkomsten niet hadden gemeld, waardoor niet aan de inlichtingenplicht was voldaan. Eiseres werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het gehele bedrag.
De rechtbank overwoog dat eiseres over de periode 18 oktober 1993 tot 13 oktober 1997 geen recht op bijstand had vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning. De artikelen 59a ABW en 84 Abw, die mede hoofdelijk aansprakelijkheid regelen, zijn niet van toepassing op haar voor die periode. De terugvorderingsgrondslag is ingevoerd om te voorkomen dat een verzwegen partner die profiteert van ten onrechte verstrekte bijstand, aan terugvordering ontsnapt. Dit was hier niet het geval.
Voor de periode vanaf 13 oktober 1997 tot 31 januari 1998 werd de bijstand als gezinsbijstand verstrekt en kon de terugvordering terecht op eiseres worden toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het besluit eiseres hoofdelijk aansprakelijk stelde over de periode dat zij geen recht op bijstand had en vernietigde dat deel van het besluit. Tevens werden proceskosten toegekend aan eiser.
De uitspraak bevestigt dat terugvordering van bijstand alleen kan plaatsvinden bij partners die daadwerkelijk recht op bijstand hadden en profiteerden van de ten onrechte verstrekte bijstand.
Uitkomst: Eiseres is niet hoofdelijk aansprakelijk voor terugvordering bijstand over de periode dat zij geen recht op bijstand had.