ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0333
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling ongewenst verklaard en obstructie identiteitsonderzoek
Eiser, een vreemdeling met vermoedelijke Algerijnse nationaliteit, bevindt zich bijna elf maanden in bewaring op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet. Hij is ongewenst verklaard en weigert mee te werken aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit. Verweerder heeft een last tot uitzetting gegeven en stelt dat de bewaring voortgezet moet worden vanwege het obstructieve gedrag van eiser en het feit dat er nog zicht is op uitzetting.
Eiser voert aan dat er geen spoedige verwijdering mogelijk is en dat het urgente verzoek van de Algerijnse vice-consul om zijn identiteit vast te stellen niet binnen korte tijd resultaat zal opleveren. Hij stelt dat zijn naam anders is dan door verweerder aangenomen. Verweerder benadrukt dat de Algerijnse autoriteiten hebben bevestigd dat eiser de Algerijnse nationaliteit bezit en dat een laissez-passer mogelijk binnenkort wordt afgegeven.
De rechtbank overweegt dat hoewel de bewaringstermijn met bijna elf maanden lang is en na zes maanden het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld zwaarder weegt, de omstandigheden in deze zaak – waaronder de ongewenstverklaring, het obstructieve gedrag en de weigering tot medewerking – rechtvaardigen dat de bewaring wordt voortgezet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.