ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling wegens onvoldoende grond voor voortzetting
De vreemdeling werd op 25 november 2000 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en kreeg een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 7a Vreemdelingenwet. Na indiening van een asielaanvraag werd de maatregel voortgezet met verwijzing naar nader onderzoek naar criminele antecedenten in Duitsland, gebaseerd op een signalering in het Nationaal Schengen Informatie Systeem.
De rechtbank oordeelt dat het beleid in hoofdstuk B7/14 van de Vreemdelingencirculaire, met name het vierde gedachtestreepje, niet bedoeld is voor situaties waarin nader onderzoek naar criminele antecedenten plaatsvindt. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom van het beleid wordt afgeweken en wat de toegevoegde waarde is van het onderzoek voor de beoordeling van de aanvraag als kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk.
De vreemdeling heeft zijn identiteit en nationaliteit voldoende onderbouwd en is bereid aanvullende bewijsstukken te overleggen. De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de maatregel niet langer gerechtvaardigd is en verklaart het beroep gegrond. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten. Over het verzoek om schadevergoeding zal later worden beslist.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 7a Vw wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering voor voortzetting.