ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0326
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.E. Heijning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van uitreiking beschikking in AC-procedure en vrijheidsontneming vreemdeling
De zaak betreft een beroep en verzoek om voorlopige voorziening van een vreemdeling tegen een beschikking van de Staatssecretaris van Justitie in het kader van de Aanmeldcentrum (AC)-procedure. De vreemdeling betwistte dat de beschikking binnen de vereiste 48 uur correct was uitgereikt, omdat deze eerst door een IND-medewerker en pas later door een medewerker van de Vreemdelingendienst (VD) werd overhandigd.
De rechtbank stelt vast dat hoewel de uitreiking niet strikt volgens de beleidsregel in hoofdstuk B7/5.4 van de Vreemdelingencirculaire heeft plaatsgevonden, het doel van de regel - tijdige kennisgeving en aanvang van de beroepstermijn - wel is bereikt. De regel dient een bewijsrechtelijk doel en is niet imperatief. De uitreiking door de IND-medewerker voldoet aan de vereisten van artikel 3:40 Awb Pro, zodat de beschikking rechtsgeldig in werking is getreden.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een andere uitkomst rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de procedurekosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep en verzoeken van de vreemdeling worden afgewezen; de beschikking is rechtsgeldig uitgereikt en de vrijheidsontnemende maatregel blijft van kracht.