ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0079
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onvoldoende voortvarendheid bij bewaring vreemdeling
De vreemdeling, van Sierraleoonse nationaliteit, werd op 16 november 2000 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De bewaring was gebaseerd op artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet en werd opgeheven op 19 december 2000.
De rechtbank constateerde dat de aanvraag voor presentatie bij de Sierraleoonse autoriteiten pas op 13 december 2000 werd ingediend, terwijl de bewaring al op 16 november was begonnen. Dit duidt op onvoldoende voortvarendheid van de zijde van de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank achtte een forfaitaire periode van veertien dagen redelijk voor het maken van een aanvang met de presentatie.
Daarom werd de vreemdeling een schadevergoeding toegekend voor de periode van 30 november tot 19 december 2000, negentien dagen tegen een dagvergoeding van 150 gulden, totaal 2.850 gulden. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van 710 gulden. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, maar hoger beroep is mogelijk voor het deel over de schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank kende de vreemdeling een schadevergoeding toe wegens onvoldoende voortvarendheid bij de presentatie en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten.