ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0077
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na overschrijding redelijke duur en toekenning schadevergoeding
Eiser verbleef sinds 14 januari 2000 in vreemdelingenbewaring en had reeds meerdere keren beroep ingesteld tegen deze maatregel. De rechtbank beoordeelde het vierde beroep tegen de voortzetting van de bewaring. Verweerder stelde dat de bewaring gerechtvaardigd was vanwege de ongewenstverklaring van eiser en het strafblad, en dat het onderzoek naar uitzetting voortvarend verliep.
De rechtbank oordeelde dat een bewaring langer dan negen maanden niet redelijk is, zeker nu het strafblad van eiser na 1995 vrijwel uitsluitend bestond uit overtredingen van artikel 197 WvSr Pro en nauwelijks andere delicten. De stelling dat het strafblad voortzetting rechtvaardigt werd niet gevolgd. De rechtbank vond dat eiser met ingang van 14 oktober 2000 in vrijheid had moeten worden gesteld.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de bewaring met onmiddellijke ingang opgeheven. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend van 150 gulden per dag vanaf 14 oktober 2000. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en eiser krijgt schadevergoeding toegekend vanaf 14 oktober 2000.