ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0048
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfstitel aan Roma-vluchtelingen uit Bosnië op grond van humanitaire redenen
Eisers, een Roma-gezin met Kroatische en Bosnische nationaliteit, dienden in 1994 asielaanvragen in die werden afgewezen. De aanvraag van eiseres werd onontvankelijk verklaard vanwege een verkeerde aanname over haar nationaliteit. Later bleek zij de Bosnische nationaliteit te bezitten, wat gevolgen had voor de beoordeling van haar aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte niet tijdig heeft beslist op de aanvragen van 1996 en dat de weigering om een vergunning tot verblijf te verlenen onvoldoende gemotiveerd is, vooral gezien het humanitaire beleid en de bijzondere situatie van Bosnische asielzoekers. Tevens is een belangenafweging gemaakt op grond van artikel 8 EVRM Pro over het recht op familieleven.
De rechtbank vernietigt de besluiten van 6 en 7 december 1999, beveelt verweerder nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de overwegingen, en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de vergunning tot verblijf en beveelt nieuwe besluitvorming met inachtneming van humanitaire gronden en het familierecht.