ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0045
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit militair wegens onjuiste ontslagdatum en gebrekkige motivering
Eiser, een militair bij de Koninklijke Landmacht, werd aanvankelijk ontslagen met ingang van 12 juni 1997, waarna hij bezwaar maakte. Na diverse besluiten en een uitspraak van de rechtbank in 1998 werd het ontslagbesluit herroepen en opnieuw vastgesteld met ingang van 29 juli 1998 wegens expiratie van de aanstellingsduur. Eiser verzocht vervolgens om omzetting van het ontslag in eervol ontslag wegens blijvende medische ongeschiktheid, waarop verweerder in 1999 besloot het ontslag op de f-grond te baseren, maar de ontslagdatum ongewijzigd liet.
Eiser voerde aan dat het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat de ontslagdatum onjuist was, omdat hij nog geen twee jaar ziek was op die datum en aanspraak maakte op ontslagbescherming. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 11 februari 2000 rechtsgeldig was bekendgemaakt aan de gemachtigde van eiser, gelet op de bijzondere omstandigheden en psychische problemen van eiser.
De rechtbank stelde vast dat de ontslagdatum van 29 juli 1998 niet kon worden gehandhaafd, omdat het commissoriaal geneeskundig onderzoek pas eind juni 1998 duidelijkheid gaf over de dienstongeschiktheid. Gelet op de opzegtermijn en de zomervakantieperiode achtte de rechtbank 1 december 1998 de meest waarschijnlijke en redelijke ontslagdatum. Het besluit van 11 februari 2000 werd vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de ontslagdatum.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit, waarmee de rechtspositie van eiser werd hersteld.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het ontslagbesluit en stelt de ontslagdatum vast op 1 december 1998, waarbij verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.