ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9836
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tijdelijke verblijfsvergunning wegens criminele antecedenten en onvoldoende gelijkheidsgrond
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot verblijf op grond van de tijdelijke regeling voor langdurige illegalen (TBV 1999/23). Deze aanvraag werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie omdat verzoeker niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden, met name het ontbreken van criminele antecedenten. Verzoeker was veroordeeld tot het verrichten van arbeid ten algemene nutte wegens het gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.
Verzoeker voerde aan dat hij recht had op een vergunning vanwege een brief die hem zou zijn toegezonden waarin een vergunning werd toegekend, maar deze brief werd door verweerder als een falsificaat bestempeld. Tevens stelde verzoeker dat het beleid onredelijk was en dat hij een beroep kon doen op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar andere gevallen waarin schorsende werking werd verleend ondanks criminele antecedenten.
De president van de rechtbank oordeelde dat het beleid niet onredelijk was en dat de veroordeling tot taakstraf reeds ten tijde van de aanvraag grond was om verblijf te weigeren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de aangehaalde gevallen niet vergelijkbaar waren en er geen bewijs was van stelselmatige afwijking van het beleid door verweerder. Ook was er geen gerechtvaardigd vertrouwen bij verzoeker dat hem een vergunning zou worden toegekend.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de weigering van de verblijfsvergunning wegens criminele antecedenten en onvoldoende grond voor afwijking van het beleid.