ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9835
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Chaldeeuwse christen uit Irak wegens vestigingsalternatief in Noord-Irak
Eiser, een Chaldeeuwse christen uit Centraal-Irak, diende een asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen door verweerder vanwege onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar en het bestaan van een vestigingsalternatief in Noord-Irak. Eiser verbleef zes maanden bij een vriend in Zakho, Noord-Irak, waar hij toegang had tot basisvoorzieningen voor een menswaardig bestaan.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging wegens politieke, godsdienstige of andere in het Vluchtelingenverdrag genoemde gronden. Zijn vrees was gebaseerd op een vermoeden dat een inval in een winkel waar hij werkte, verband hield met zijn illegale handel en het doorspelen van militaire informatie, maar dit werd niet als vluchtelingschap erkend.
Verder concludeerde de rechtbank dat de beleidswijziging van verweerder, die verwijdering naar Noord-Irak toestaat vanwege het vestigingsalternatief, niet onredelijk is en dat eiser voldoende sociale banden heeft in Noord-Irak. Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af en bepaalde dat eiser niet in Nederland mag blijven op grond van het asielrecht of humanitaire gronden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen vanwege het bestaan van een vestigingsalternatief in Noord-Irak.