ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9822
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bewaring en uitzetting Iraanse vreemdeling zonder zicht op vrijwillige terugkeer
Eiser, van Iraanse nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet en verzet zich tegen deze maatregel omdat hij niet vrijwillig naar Iran wil terugkeren en geen laissez-passer van de Iraanse autoriteiten ontvangt. Hij verzoekt de bewaring op te heffen zodat hij naar Duitsland kan reizen, waar hij documenten zou verkrijgen om naar Canada te reizen.
Verweerder stelt dat gedwongen uitzetting naar Iran mogelijk is indien voldoende documenten aanwezig zijn die de identiteit van eiser bevestigen, ook zonder laissez-passer. De rechtbank neemt het standpunt van verweerder over, mede gelet op het verhoor van eiser over zijn identiteit en nationaliteit, en de lopende onderhandelingen tussen Nederland en Iran die mogelijk leiden tot verruiming van het beleid omtrent reisdocumenten.
De rechtbank oordeelt dat eiser terecht in bewaring is gesteld omdat hij geen geldige verblijfsstatus heeft, zijn identiteit en nationaliteit niet vaststaan, hij geen vaste verblijfplaats of middelen van bestaan heeft, en uitzetting is gelast. Het zicht op uitzetting ontbreekt niet, mede omdat eiser zelf aangeeft dat hij een laissez-passer kan verkrijgen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.