ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9784
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bewaring en voortvarendheid bij uitzetting vreemdeling afgewezen
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, is op 18 augustus 2000 in vreemdelingenbewaring gesteld en zijn uitzetting is gelast. Eiser was voorafgaand vijf maanden strafrechtelijk gedetineerd, maar tijdens die detentie heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst geen voorbereidingen getroffen voor zijn uitzetting of identificatie.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarendheid betrachtte bij de voorbereiding van zijn uitzetting, ondanks zijn medewerking en het verstrekken van zijn ware personalia op 22 augustus 2000. Verweerder stelde dat de bewaring formeel en materieel gerechtvaardigd was en dat er zicht was op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat het stilzitten van verweerder tijdens de strafrechtelijke detentie niet aan hem kan worden tegengeworpen, tenzij sprake is van een vooropgezet plan, wat hier niet het geval was. Wel moet verweerder extra voortvarendheid betrachten bij de beoordeling van de bewaring en de voorbereiding van de uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat verweerder na het verhoor van 22 augustus 2000 de nodige stappen heeft toegezegd, waaronder het regelen van een presentatie bij de Algerijnse autoriteiten. Gezien het belang van de uitzetting en het feit dat eiser ongewenst is verklaard, was de bewaring gerechtvaardigd.
Het beroep tot opheffing van de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.