ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9744
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken concreet belang bij vluchtelingenstatus
Eiser, een Iraanse vreemdeling, heeft meerdere aanvragen ingediend voor toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf. Na afwijzing van zijn aanvragen en diverse beroepsprocedures, is hij uiteindelijk in het bezit gesteld van een vergunning tot verblijf zonder beperkingen. Eiser stelt primair een principieel belang te hebben bij een oordeel over zijn vluchtelingenstatus, mede vanwege het belang van zijn zoon die eveneens asiel aanvraagt.
De rechtbank overweegt dat een vreemdeling met een vergunning tot verblijf zonder beperkingen in sommige opzichten meer aanspraken heeft dan een vluchteling, maar dat een principieel belang onvoldoende is om een geschil aan te nemen. Eiser heeft geen concreet belang gesteld dat het verkrijgen van een vluchtelingenpaspoort noodzakelijk maakt, noch dat een vreemdelingenpaspoort niet toereikend zou zijn.
Ook het belang van de zoon van eiser kan niet worden toegerekend aan eiser zelf. Daarom ontbreekt een reëel geschil en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een concreet belang bij beoordeling van de vluchtelingenstatus.