ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9741
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vluchtelingenstatus geweigerd wegens onvoldoende bescherming in Noord-Irak voor IWCP-lid
Eiser, een Iraakse Koerdische communist en lid van de Iraqi Workers' Communist Party (IWCP), vluchtte uit Noord-Irak na bedreigingen door de Islamitische Beweging (IMIK) en intimidaties door Koerdische partijen. Hij vroeg asiel aan in Nederland, maar zijn aanvraag werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Verweerder stelde dat eiser zich veilig kon vestigen in het door de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) beheerde gebied, dat bescherming zou bieden.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde informatie, waaronder rapporten van Amnesty International en UNHCR, onvoldoende bescherming door PUK en de Koerdische Democratische Partij (KDP) aantonen. De relatieve rust in Noord-Irak betekent niet dat PUK daadwerkelijk bescherming biedt aan IWCP-leden. Verweerder had zijn standpunt beter moeten motiveren en had eiser moeten horen, wat niet is gebeurd.
Daarom is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en is het bezwaar van eiser niet kennelijk ongegrond. De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van hoor en wederhoor.