ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9738
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens geringe strafrechtelijke antecedenten niet gerechtvaardigd
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, vroeg op 8 december 1997 om toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf. Verweerder weigerde deze aanvragen, mede vanwege een aanvaard transactieaanbod van Fl. 50,- voor winkeldiefstal, wat volgens het beleid in Vc-1994 een grond kan zijn voor weigering.
De rechtbank beoordeelde of de weigering van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in overeenstemming was met het recht. Verweerder had een discretionaire bevoegdheid om een belangenafweging te maken tussen het algemene belang bij handhaving van de openbare orde en het belang van eiseres. De rechtbank stelde vast dat verweerder deze belangenafweging onvoldoende had gemaakt.
Gezien de geringe ernst van het strafbare feit, het ontbreken van recidive en de precieze situatie van eiseres als alleenstaande vrouw met twee minderjarige kinderen in Afghanistan, vond de rechtbank dat het belang van eiseres zwaarder woog dan het algemene belang bij handhaving van de openbare orde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden beschikking en bepaalde dat verweerder opnieuw moet beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en beschikking vernietigd; verweerder moet opnieuw beslissen met inachtneming van belangenafweging.