ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9461
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-toelating vluchteling wegens risico vervolging door IMIK
Eiser, een Koerdische Iraakse vluchteling en voormalig lid van de PUK, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning in Nederland. Zijn verzoek werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie, die oordeelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had en dat bescherming door lokale autoriteiten toereikend was.
De rechtbank onderzocht de situatie van eiser, die onder meer bedreigd werd door de Islamitische Beweging van Irakisch Koerdistan (IMIK) vanwege zijn kritische publicaties en politieke activiteiten. Ondanks eerdere ambtsberichten die de IMIK als beperkte bedreiging buiten Halabja bestempelden, concludeerde de rechtbank op basis van recente informatie en het relaas van eiser dat deze vrees geloofwaardig is.
De rechtbank oordeelde dat de bescherming door de PUK en KDP onvoldoende is vanwege het aantal aanslagen en de machtsverhoudingen in de regio. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen tien weken opnieuw te beslissen rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-toelating als vluchteling wordt vernietigd.