ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9447
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen kennelijk ongegrond verklaard beroep in vreemdelingenrecht afgewezen
Eiseres had beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning werd afgewezen wegens het niet overleggen van een gelegaliseerde ongehuwdverklaring. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond op 15 mei 2000. Tegen deze uitspraak werd verzet ingesteld.
In de verzetprocedure stelde eiseres dat bijzondere omstandigheden, zoals een islamitisch huwelijk en de geboorte van een erkende dochter, aanleiding waren om van de beleidsregels af te wijken. Tevens stelde zij dat verweerder had moeten wachten op een onherroepelijke beslissing in een parallelle procedure over de legalisatie van documenten. De rechtbank overwoog dat in verzet de hoofdzaak niet opnieuw wordt beoordeeld en dat nieuwe stellingen in verzet niet tot gegrondverklaring kunnen leiden.
De rechtbank concludeerde dat het beroep terecht kennelijk ongegrond was verklaard, omdat de nieuwe argumenten niet in het oorspronkelijke beroep waren aangevoerd. Ook waren de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende om van de beleidsregels af te wijken. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de oorspronkelijke uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de kennelijk ongegrond verklaarde beroepsuitspraak wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.