ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9316
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.H. van den Berg
- S.J. Bosma
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfvergunning aan alleenstaande minderjarige asielzoeker ondanks eerdere weigering
De zaak betreft de aanspraak van eiser op een vergunning tot verblijf als alleenstaande minderjarige asielzoeker (ama-vtv). De rechtbank Amsterdam had in 1997 het beroep van eiser gegrond verklaard en vastgesteld dat eiser geen opvangmogelijkheden in zijn land van herkomst had. Verweerder weigerde later op dezelfde feiten opnieuw de vergunning, stellende dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk had gemaakt, wat de geloofwaardigheid van het asielrelaas zou ondermijnen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder hiermee het feitelijke kader van de eerdere uitspraak heeft overschreden, omdat de geloofwaardigheid van het asielrelaas destijds niet in twijfel werd getrokken. Bovendien heeft verweerder nagelaten binnen de vereiste termijn van zes maanden adequaat onderzoek te doen naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst. Hierdoor stond het verweerder niet vrij om opnieuw de vergunning te weigeren.
Verder overweegt de rechtbank dat nieuwe feiten, zoals een strafrechtelijke veroordeling van eiser, niet leiden tot weigering van de vergunning, maar hooguit tot beoordeling van intrekking of niet-verlenging. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt dat aan eiser met ingang van 29 juli 1996 een vergunning tot verblijf wordt verleend. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de verlening van een vergunning tot verblijf aan eiser vanaf 29 juli 1996.